- Gastronomie
Door Michel Jonet
Aan de poort van de Ardennen, op enkele steenworpen van Haspengouw,
verwelkomen Didier en Christine Galet hun gasten voor een echt gastronomisch moment
in een groene omgeving naast een mooi terras, wat nooit kwaad kan...
Het vroegere ‘Maison des Saveurs’ heet nu ‘Restaurant Didier Galet’, naar de naam van de chef die er sinds 1998 de eigenaar van is. Dit echtpaar van restauranthouders verdiende zijn strepen in de ‘Hotellerie Lafarque’, een tweesterrenrestaurant in Pépinster, dat in de tijd van Michel Lafarque, de beste chef uit de streek, ook opgenomen was in de categorie ‘Relais et Châteaux’. “Na ons vertrek werkten we afzonderlijk. Didier ging aan de slag bij een kaasfabrikant in Herve en ik in een bakkerij. Ik had in feite het beroep van de ouders van Didier overgenomen, die in de streek van Verviers bekend stonden voor un specialiteit, namelijk rijsttaart. Maar een restaurant houden bleef onze passie en we zijn al vlug naar de bron teruggekeerd”, vertrouwt Christine Galet ons toe. In de zaal oefent zij heel bekwaam het beroep van wijnkelner uit en biedt een goed gevulde kaart met wijnen uit verscheidene streken van Europa. Didier Galet, van zijn kant, geniet een stevige culinaire faam, die hij in de loop der jaren heeft opgebouwd. In de gids van Gault&Millau staat hij met 16/20 genoteerd. Als lid van de ‘Jeunes Restaurateurs d’Europe’ (JRE) is hij ook een van de laatste chefs die werden gecoöpteerd door de ‘Generatie W’-beweging.
De Galet-belevenis
Het restaurant is voor Didier Galet een ruimte die gewijd is aan liefde voor de producten. “Hier gaan we zo veel mogelijk met kleine, plaatselijke en – indien mogelijk – biologische producenten werken. De groenten komen van tuinbouwers uit de streek. Voor vis en schaaldieren werken we met een Bretonse leverancier, die ons elke week een rechtstreekse levering garandeert. Ons wild komt enkel van de Belgische jacht. Ons gevogelte kopen we bij de ‘Coq des Prés’, een biologisch en tevens Belgisch product”, verzekert hij ons niet zonder trots. Maar wat de chef niet zegt, is dat zijn tweede troef schuilt in creaties en interpretaties op basis van een eenvoudige formule: hetzelfde menu voor iedereen aan tafel. Zodra de klanten het eens zijn over de gerechten, de eventuele allergieën en de wijnen, zijn ze vertrokken voor de lust van het oog en de smaak, in een heldere zaal die uitziet op het terras. Kortom: sober, mooi en intiem.
Logischerwijze is de kaart dus kort en zijn de verschillende aangeboden menu’s gebaseerd op een groot ‘Menu Art Culinaire’ met 9 gangen van ‘aangepaste’ maar niettemin gulle porties voor € 80 of € 120 met de wijn erbij. En al het brood, alle desserts en alle zoete lekkernijen zijn huisgemaakt! ’s Middags biedt het restaurant ook een snelle lunch met twee gangen aan (€ 25 of € 45 met de wijn). Behalve op vrijdag‑ en zaterdagvond is er een ‘Menu Plaisir’ van drie gangen verkrijgbaar tegen € 35 of € 55 met inbegrip van de wijn. Het ‘Menu du Marché’ (4 gangen) kost € 50 of € 78 met de wijn inbegrepen.
Dit goede adres staat ook bekend voor de kookcursussen die er aangeboden worden: vijf lessen à rato van één per maand. “Het zijn absoluut geen demonstraties. De deelnemers koken samen met mij en werken aan een driegangenmenu”, garandeert de chef. “Het mooiste project voor een restauranthouder is een trouwe klantenkring uitbouwen, die hij altijd kan verrassen door te zoeken naar nieuwe producten, nieuwe texturen en nieuwe bereidingswijzen. Onze kookkunst moet onze klanten gelukkig maken en doen terugkomen om met vrienden hier te tafelen.”
INLICHTINGEN:
NIET TE MISSEN
De romantische wandeling van de Ninglinspo
De streek leent zich goed tot kleine, culturele uitstappen rond het kasteel, de Sint-Maartenskerk en enkele heel oude maar nog steeds bewoonde huizen. Op enkele kilometers in de richting van Aywaille bevinden zich de grotten van Remouchamps en het romantische landschap van het dal van de Ninglinspo, een riviertje dat te midden van een wilde natuur en buitensporig grote rotsen stroomt en aanzet tot dromen en nadenken. Er ontstond in de streek een echte goldrush nadat Julius Jung, uit Pruisen, in 1895 een mooie hoeveelheid goud had gevonden in een van de bijriviertjes van de Amblève. De goudzoekers zijn nu verdwenen, maar de meer dan 7 km lange en bewegwijzerde wandeling vanaf de parking van Remouchamps via de smalle weg naar de vallei van de Ninglinspo is nog altijd even schilderachtig.