- Business
- / Économie
Door Nicolas Poës
Revatis, dat niet ver van Marche-en- Famenne is gevestigd, onderzoekt de mogelijkheden om stamcellen voor regeneratieve diergeneeskunde in te zetten.
Stamcellen uit de spieren en de vorming van een biobank zijn de speerpunten van het bedrijf. Het Novalis Business Center, een echt technologiecentrum in de streek van Marche-en- Famenne, blijkt de bakermat te zijn van de nieuwste innovaties op het gebied van life sciences. Dit vier verdiepingen tellende verzamelgebouw voor hightechbedrijven bestaat uit kantoren, laboratoria en vergaderruimtes. Sinds het complex van 7228 m² eind 2014 werd geopend, hebben verschillende ondernemingen er hun intrek genomen. En de eerste die er zich vestigde, was Revatis. Deze spin-off van de Universiteit van Luik ontwikkelt nuttige toepassingen voor het werk van een aantal universitaire afdelingen, namelijk de diergeneeskundige paardenkliniek, het Centre de l’Oxygène Recherche & Développement (CORD) voor fundamen teel onderzoek en het Centre Européen du Cheval in Vielsalm voor toegepast onderzoek. “De beste manier om de onderzoeksresultaten van de diergeneeskundige faculteit nuttig toe te passen, is het oprichten van een spin-off”, zegt Jean-Philippe Lejeune, doctor in de diergeneeskunde en Business Development Manager van Revatis. Het project van de onderneming heeft betrekking op regeneratieve paardengeneeskunde. “Wij werken hoofdzakelijk aan ziekten van het bewegingsapparaat van het paard, die de belangrijkste redenen zijn voor de afdanking van sportpaarden. Klassieke behandelingen, zoals ontstekingsremmers en pijnstillers, leiden snel tot resultaat, maar brengen soms de carrière van het dier op langere termijn in gevaar. Regeneratieve geneeskunde is er juist op gericht om beschadigde weefsels of organen te repareren door middel van functionele levende weefsels. Het gaat om een methode die rekening houdt met de lange termijn.”
Een preventieve benadering
Revatis biedt verschillende vormen van regeneratieve geneeskunde, waaronder matrixtherapie en therapie met groeifactoren. Maar de kernactiviteit van de spin-off betreft de nuttige toepassing van een octrooi dat voortkomt uit het onderzoek naar stamcellen uit de spieren van paarden. “Als pluripotente cellen bevorderen stamcellen in een pees bijvoorbeeld het herstel van elastisch en functioneel weefsel”, legt Jean-Philippe Lejeune uit. “Wij werken nauw samen met dierenartsen. We bieden hun een monsternameset aan, zodat ze een spierbiopt bij het paard kunnen nemen. Ons werk bestaat vervolgens uit het maken van een kweek van het spiermonster om stamcellen te ontwikkelen. Het doel is om een biobank van stamcellen te vormen, zodat elk dier in geval van nood over een voorraad beschikt. Deze preventieve benadering maakt het mogelijk om het probleem van vertraging tussen de monstername en de beschikbaarheid van de cellen op te lossen.” Als Business Development Manager bouwt Jean-Philippe Lejeune aan een netwerk van partners uit de wereld van de diergeneeskunde en de paardenhouderij. “De revalidatie van de behandelde dieren kan drie tot zes maanden duren. Daarom is het interessant om in contact te blijven met de professionals die de nazorg voor het paard leveren.” De markt voor celtherapie werkt met verschillende methoden. De stamcellen kunnen uit het vetweefsel, de navelstreng of het beenmerg gehaald worden. “Het voordeel van ons octrooi is dat de onderliggende techniek minimaal invasief is en routinematig bij een wedstrijdpaard toegepast kan worden.” Het kweken van de stamcellen gebeurt in het Novalis Business Center zelf. Revatis heeft er laboratoria die volledig aan de gezondheidsvoorschriften voldoen. “Wij wilden vooruitlopen op de wetgeving over stamcellen, die binnenkort wordt omgezet naar de diergeneeskunde. Dat is een van de redenen waarom we ervoor gekozen hebben om ons hier in Marche-en-Famenne te vestigen. Als startende onderneming wilden we niet investeren in de aanleg van zo’n dure infrastructuur.”

Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan
Revatis, dat in november 2013 direct na een eerdere spin-off werd opgericht, heeft tegenwoordig een personeelssterkte van drie fte’s, onder wie een secretaris, een technicus en een diergeneeskundig onderzoeker. Door zich eind 2014 in het Novalis Business Center te vestigen, kon het bedrijf zijn krachten bundelen met de teams van de CER-groep. “Wij profiteren van de steun van specialisten bij het controleren van de productiekwaliteit en het research & development-werk”, merkt Jean-Philippe Lejeune op. “Onze geografische ligging voldoet bovendien aan het criterium van nabijheid ten opzichte van het moederbedrijf, want ons hoofdkantoor bevindt zich nog altijd in de Gigatoren in Luik.” De raad van bestuur van de spin-off is georganiseerd rond professor Didier Serteyn, doctor in de diergeneeskunde en een van de belangrijkste architecten van de geoctrooieerde techniek. “Wij hebben het geluk dat onze raad van bestuur gemotiveerd wordt door het resultaat van een project en niet alleen door rendementsoverwegingen”, vervolgt Jean-Philippe Lejeune. Desondanks hoopt de spin-off over twee tot drie jaar zijn break-evenpoint te bereiken. “Ons doel is om een nuttige toepassing te ontwikkelen voor ons octrooi, met name in de humane geneeskunde, maar dat kan alleen via een netwerk van partners die daarvoor zijn toegerust. We willen ons niet tot één product beperken, maar het onderzoek aan de gang blijven houden.” In België wordt de organisatie met name gesteund door de intercommunale Idelux en het Waals Gewest, dat bepaalde projecten met betrekking tot toegepast onderzoek betaalt. Maar er zijn al trans-Atlantische vooruitzichten voor het bedrijf, dat daarvoor profiteert van de steun van het Agence wallonne à l’Exportation et aux Investissements Étrangers (AWEX). “Er worden momenteel stappen ondernomen om het biobankconcept naar het buitenland te exporteren, met name naar de Verenigde Staten. In het Research Valley Innovation Center in College Station (Texas) wordt momenteel de Amerikaanse tak van Revatis opgericht. Met de FDA, het Amerikaanse geneesmiddelenagentschap, vinden de eerste gesprekken plaats om de positionering van ons product te bepalen.”