- Patrimoine
- / Patrimoine
Door Marie-Marthe Schuermans
De collegiale kerk van het Heilig Kruis is een van de zeven die op het Luikse grondgebied werden gebouwd. De geschiedenis van een opmerkelijk monument en van zijn zeer nabije verrijzenis.
De kerk van het Heilig Kruis staat al meer dan twintig jaar in de steigers. Ze lijdt aan allerlei kwalen en ziet er treurig uit. Het is zo erg, dat ze gesloten werd voor de eredienst en de gelovigen. In 2015 moesten de verantwoordelijken de deuren ervan sluiten uit schrik voor een of ander ongeval. Sinds 1998 zamelt het comité “SOS Collégiale Sainte Croix” geld in voor de noodzakelijke herstellingen. Maar het geduld werd beloond en in februari kwam er een goede oplossing uit de bus: voor deze langverwachte restauratie werd € 15.000.000 vrijgemaakt (op 10 jaar). De Luikenaars en andere bezoekers zullen echter nog flink wat geduld moeten oefenen: de duur van de werken wordt immers op vijf tot zes jaar geraamd.
De Luikse collegiale kerken
De zone waarbinnen de zeven Luikse collegiale kerken in het centrum van de stad werden gebouwd, is een voorschoot groot. Ze staan heel dicht bij elkaar in een boogvormige lijn die uitstak boven de Sint-Lambertuskathedraal naast het Prinsbisschoppelijk Paleis. Op een oude reproductie ziet men duidelijk de verschillende plaatsen ervan, die in één vlak liggen. Dikwijls schrijft men de bouw van die collegiale kerken toe aan eredienstredenen en aan de ontvangst van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Maar de beslissers hebben het aantal ook om uiteenlopende redenen vergroot, meer bepaald om de goddelijke bescherming af te smeken door het gebed van de kanunniken. De kerken vormden dus een verdedigingschild om de veiligheid van de stad te waarborgen.
In de loop der tijden heeft de collegiale kerk een groot aantal veranderingen ondergaan. Ze werd rond het jaar 980 gesticht door bisschop Notger. Deze opvolger van bisschip Eraclus kreeg onder Keizer Otto de titel van prins-bisschop, die hem al het militair, gerechtelijk en financieel gezag zou opleveren in het prinsbisdom. Deze bouwlustige prins-bisschop was ook een slimme strateeg. Toen hij vernam dat een machtig heer een kasteel wilde bouwen op de plaats van de toekomstige collegiale kerk, vlakbij het bisschoppelijk paleis, besloot hij een nieuwe kerk te bouwen die aan het Heilig Kruis zou worden toegewijd. Samen met de Onze-Lieve-Vrouwekerk en die van Sint-Jan, vormt het Heilig Kruis een Golgotha dat beantwoordde aan een religieus urbanisme dat men ook tegenkomt in andere steden van Neder-Lotharingen.
Twee koren
Van het oorspronkelijke gebouw blijft slechts een stuk muur van steenkoolhoudend gres over aan het begin van de enige resterende kloostergang. De kerk van het Heilig Kruis is buitengewoon omdat de kerk twee tegenover elkaar opgestelde koren van verschillende stijl bevat, gotisch aan de westkant en romaans aan de oostkant. Dit laatste doet nu als baptisterium dienst. De drie beuken van het “Halle”-type hebben dezelfde hoogte en verbinden de twee uiteinden van het gebouw met elkaar. Boven het westelijke koor bevindt zich een achthoekige klokkentoren. Het koor zelf wordt verlengd door een apsis in de vorm van een cirkelboog, die voorzien is van een doorgangsgalerij. Het bouwen van de zijbeuken heeft waarschijnlijk van 1283 tot 1332 geduurd, terwijl de laatste aangrenzende kapellen tussen de steunberen van de zijbeuken pas aan het einde van de 14de eeuw werden voltooid. De collegiale kerk is 57 m lang, 17 m hoog op het hoogste punt onder het gewelf en 25 m breed. Indrukwekkend!
Van de klokken zijn er slechts twee tegen de tijd bestand geweest, een uit de 17de en een andere uit de 20ste eeuw. In zijn glorietijd bevatte de toren er meer, waaronder een beiaard met een twintigtal elementen.

Bewaarde schatten
Op lange termijn valt er wat schade te betreuren. Gelukkig zetten de “SOS Collégiale Sainte Croix” en de plaatselijke verantwoordelijken zich in voor het restaureren en veiligstellen van de voornaamste bedreigde stukken, waaronder het schilderij “De Heilige Kruisvinding” (1674) van Berthollet FLEMAL, dat zich nu in de SintPauluskathedraal bevindt. Er blijven ook interessante sporen achter, waardoor men het historische traject van de plaats kan ontdekken.
Het westelijk koor bevat verscheidene prachtige elementen, zoals het mausoleum van kanunnik Hubert Milemans, de schatbewaarder van prins-bisschop Joris van Oostenrijk. Het is in Luikse renaissancestijl gebouwd met gepolijste zwarte kalksteen van Theux (B). Op de pilasters staan enkele raadselachtige hiërogliefen. Ook het baptisterium is goed bewaard en heeft nog gediend voor de doop van componist César Franck (1822-1890), die vlakbij de kerk werd geboren. Een gedenkplaat in het koor getuigt daarvan. Noteer ook de zeer mooie poort van geslagen messing, die werd gemaakt door Arnold de Nalinne (1758). Het orgel heeft ook een prestigieuze geschiedenis. Het bevindt zich in een opmerkelijke kast en werd gebouwd door Arnold Clérinx (1861). Onder die kast vormt een deur van opengewerkt messing in Lodewijk XIII-stijl (1662) de scheiding tussen het klooster en de kerk.
![]() |
Het oostelijke koor dateert uit de 14de eeuw. In het midden staat een zeer mooi en sober altaar, dat uit één enkel blok kalksteen is gemaakt. Zoals tot aan de sluiting zal het later opnieuw voor de eredienst worden gebruikt. Rechts van het altaar zijn de mooie koorstoelen bewaard gebleven. Wegens de eindeloze gebeden en andere vieringen in de collegiale kerk, kon men moeilijk heel de tijd blijven rechtstaan in het koor. Men kon echter steun vinden op kleine klapstoeltjes – die “miséricordes” werden genoemd – terwijl men toch de indruk gaf rechtop te staan.
In de schatkamer worden we aangenaam verrast door enkele zeldzame stukken die tijdens de werken elders zullen moeten worden ondergebracht. Juist achter de deur bevindt zich een geheel met, links en rechts van een kruisbeeld, de buste van de heilige Cordula en die van de heilige Sentina (16de eeuw). Er staat ook een houten groep (16de eeuw) met de heilige Anna, Onze-LieveVrouw en het Kind Jezus. Verder zien we twee kisten met antifoonboeken (16de eeuw), in leer gebonden handgeschreven liedboeken van perkament. Die boeken zijn zeldzaam en verkeren in groot gevaar, zodat ze elders moeten worden opgeslagen. De vele in zwart en rood gekalligrafeerde bladzijden zien zwart van het stof en dreigen door verwaarlozing te worden aangevreten. Achteraan in de ruimte staat een echte brandkast, die om veiligheidsredenen gesloten moet blijven. Naast enkele kerkelijke voorwerpen van edelsmeedwerk is er ook de beroemde sleutel van de heilige Hubertus. Volgens het verhaal zou die symbolisch sleutel hem in 722 tijdens een bezoek aan Rome zijn overhandigd door paus Gregorius II. Hij diende om de crypte van de Vaticaanse basiliek te openen, waar het graf van de eerste paus zich bevond.
De reliektriptiek van het echte Kruis maakt ook deel uit van de schat van de collegiale kerk. Hij dateert van de 12de eeuw en is gemaakt van hout dat bedekt is met verguld, geëmailleerd en gedreven koper. Het is een zeldzame schat van edelsmeedwerk uit de Maasstreek. Gelukkig werd de triptiek gerestaureerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIKP) en wordt het veilig bewaard in het Luikse “Musée d’art religieux et d’art mosan” (MARAM).
Aan de vooravond van een mooi avontuur staat de kerk van het Heilig Kruis voor een nieuw begin met culturele en toeristische projecten, die het erfgoed van de Vurige Stede nog zullen verrijken.
