Waw magazine

Waw magazine

Menu
© Istock

Wallonië, land van innovatie - Polen die innovatie versnellen

  • Dossier
Wallonie

Door Christian Sonon

De zes Waalse competitiviteitspolen die vanaf 2006 werden opgezet, steunen de uitvoering van gezamenlijk projecten van ondernemingen, universiteiten en onderzoekscentra. Een kijk op die innovatieversnellers, die al hebben bijgedragen tot de lancering van honderden projecten.

 

In de jaren 1990 vond het clustering-concept beetje bij beetje wereldwijd ingang als een nieuwe methode om de innovatie van de productieprocessen te stimuleren. Waarover gaat het? Over een groep ondernemingen die wordt uitgebreid tot universitaire instellingen en onderzoeks‑ en vormingscentra, die op hetzelfde gebied actief zijn en dezelfde economische belangen hebben. Het voornaamste doel? Het bevorderen van ontmoetingen, de uitwisseling van informatie en interessante plannen... In 2001 sluit Wallonië zich bij die aanpak aan en zet het de eerste clusters of netwerken van Waalse ondernemingen op. Vandaag zijn er zes opgezet, namelijk op het gebied van duurzaam bouwen (CAP 2020), van ecologisch bouwen (Eco Construction), van informatie‑ en communicatietechnologieën (Infopole), van kunststoffenverwerking (PlastiWin), van energie, milieu en duurzame ontwikkeling (Tweed) en van beeld, geluid en tekst (Twist).

Met de hulp van het Marshallplan

In het kader van het Marshallplan “voor economisch herstel door innovatie” besloot het Waals Gewest zich van een bijkomend instrument te voorzien, namelijk van competitiviteitspolen. Zo wilde het nogmaals bevestigen dat het een wereldwijd competitieve industriële ruimte verlangde uit te bouwen. Het verschil? Daar waar de clusters worden gefinancierd voor het ontwikkelen van het bedrijfsleven en het bevorderen van innoverende partnerschappen, dienen de competitiviteitspolen hoofdzakelijk voor het uitvoeren van projecten inzake investering, O&O of vorming, om de activiteit en de tewerkstelling in nieuwe gebieden te creëren en te ondersteunen.

De competitiviteitspolen bestrijken momenteel de economische bedrijvigheidssectoren die beschikken over de bekwaamheden, infrastructuren, ondernemingen, universiteiten, hogescholen en onderzoekscentra die het meest geschikt zijn om groei, rijkdom en tewerkstelling te creëren: milieutechnologieën, gezondheidszorg, mechanica, lucht‑ en ruimtevaart, vervoer, logistiek en landbouwindustrie. Die tellen ongeveer 1200 leden.

Via publiek-private samenwerking werden die polen de voornaamste krachtlijnen van een omvangrijk industrieel beleid dat niet enkel zorgt voor innoverende producten en diensten, maar ook voor het creëren van ondernemingen en tewerkstelling die voortvloeien uit het sluiten van veel industriële contracten. In perfecte synergie met het AWEX versterken ze ook de internationale positionering van die ondernemingen.

Oproepen voor projecten

Om de ondernemingen te stimuleren lanceert de Waalse Regering geregeld oproepen voor projecten, waarvan de organisatie door de competitiviteitspolen wordt verzorgd. Zo spelen die een sleutelrol in het ontstaan van nieuwe projecten die door industriëlen in nauwe samenwerking met de Waalse administratie en de academische interfaces worden uitgevoerd. “Om bedrijven te doen samenwerken, brengen wij de partners samen rond een thematiek en trachten we ze bewust te maken van wat er morgen op het spel staat”, verklaart Xavier Radu, die bij GreenWin verantwoordelijk is voor de projectaanbestedigen. “De rol van de pool is dan veelzijdig: helpen bij het identificeren en structureren van het project, het positioneren ervan in een internationale context, het opvolgen van het marktonderzoek, het zoeken naar financieringsbronnen… Kortom, de pool begeleidt de projectdragers bij alle stappen, vanaf de opzet tot het indienen van de in aanmerking genomen projecten bij het Waals Gewest, waar een jury ze zal onderzoeken en de meest ambitieuze eruit zal kiezen op basis van de voordelen die het Wallonië kan opleveren.

Zodra ze gelabeld (aanvaard) zijn door de Waalse Regering, zullen de projecten en de dragers ervan terugkeren naar de polen, die hun de nodige steun zullen verlenen opdat ze hun doelstellingen zouden bereiken. Men moet hierbij opmerken dat voor het onderzoeksgedeelte een project pas in aanmerking kan worden genomen wanneer er minstens twee verschillende ondernemingen en onderzoeksorganismen bij betrokken zijn. De door de overheid verleende subsidies kunnen oplopen tot 80 % van de aanvankelijke investering.

 

www.poles.be


De 6 POLEN

1. BioWin. Gezondheid. Biofarmaca, vaccins, regeneratieve geneeskunde, celtherapie, diagnoses, radiofarmaceutische toepassingen, biotechnologische producten enz.

2. Logistics in Wallonia. Vervoer, Logistiek en Mobiliteit.

3. Skywin. Lucht‑ en ruimtevaart. Materialen en legeringen voor systemen en toepassingen voor ruimtevaart en drones, alsook luchthavendiensten.

4. Wagralim. Landbouwindustrie. Vier krachtlijnen: gezondheid (voedingskwaliteit), industriële doelmatigheid, verpakkingen en het ontwikkelen van duurzame landbouwsystemen.

5. MecaTech. Mechanica. Van consumptieproducten (auto’s, huishoudtoestellen...) tot gezondheid, en van machines tot industriële processen.

6. GreenWin. Milieutechnologieën. Drie krachtlijnen: duurzame chemie, duurzame materialen en gebouwen, alsook milieutechnologieën (recyclage, water‑, bodem‑ en luchtsanering).


DE CIJFERS
205

Van 2006 tot eind 2015 werden er 15 projectaanbestedingen uitgeschreven door de Waalse Regering. Die leverden 205 gelabelde onderzoeksprojecten op, waarbij 112 grote ondernemingen, 272 kmo’s, 50 universiteiten, hogescholen en onderzoekscentra betrokken waren.

300

Die projecten hebben al meer dan 300 innovaties voortgebracht, alsmede het indienen van meer dan 150 octrooien en de verkoop van meer dan 20 licenties.

11.000

Het aantal directe betrekkingen dat binnen de 5 jaar na het einde van de O&O-projecten werden gecreëerd, wordt op 11.000 geraamd.

1500

Bijna 1500 projecten en stappen voor internationalisering van de polen werden reeds gefinancierd in het kader van de internationale ontwikkeling.

140

De 140 dossiers die door de zes sectordeskundigen van het AWEX worden beheerd, hebben een totaalbedrag aan buitenlandse investeringen van € 727.000.000 aangetrokken en 2346 banen gecreëerd.

 

 IBA, Compact protontherapiesysteem

 

IBA werd 30 jaar geleden opgericht voor het ontwikkelen van deeltjesversnellers voor medische toepassingen. De firma is momenteel gespecialiseerd in het ontwikkelen en integreren van een spitstechnologisch systeem voor kankerbehandeling, namelijk protontherapie, een techniek die het voordeel biedt dat de gezonde weefsels rond de uit te roeien tumor aanzienlijk minder worden bestraald. Protontherapie is nu de belangrijkste activiteit van de firma, die wereldleider is op dat gebied.

Om die behandelingswijze toegankelijker te maken voor meer ziekenhuizen en dus voor meer patiënten, wilde IBA een compact protontherapiesysteem ontwikkelen. De firma heeft zich tot de MecaTech-pool gericht voor het ontwerpen en maken van een nieuw type van dragende structuur (een “gantry”) waarmee de protonenbundel in de buurt van de patiënt kan worden gebracht. De originele aanpak van het mechanisch concept, de dragers en de mechanismen om de structuur in beweging te brengen (die het mogelijk maken de omvang, de complexiteit en dus de kostprijs ervan te verminderen), de directe integratie van een zeker aantal elementen in verband met de controle van de bundel, de ergonomie van het systeem bij klinisch gebruik, alsook het ontwerp dat een volledige assemblage in de fabriek mogelijk maakt, zijn allemaal innoverende aspecten van die “gantry”.

De MecaTech-pool heeft vooreerst het verkrijgen van een openbare cofinanciering mogelijk gemaakt, die partnerschap op regionaal vlak aanmoedigt en de mogelijkheid biedt om dat soort innoverende ontwikkeling te verwezenlijken door samenwerking in plaats van door de traditionele industriële betrekkingen van het type “klant-leverancier”. Daardoor worden de gedachtewisselingen veel rijker en wordt er meer rekening gehouden met de praktische gebeurlijkheden tijdens de uitvoering. MecaTech heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij het begrijpen van de verschillende industriële modellen van de partnerondernemingen.

Sinds 2013 werden er al dertien protontherapiesystemen gecommercialiseerd. Door dat industrieel succes nam de groei van IBA met meer dan 10 % toe en steeg het aantal medewerkers in 2016 met 400, van wie meer dan de helft op de zetel in Louvain-la-Neuve. Die voordelen worden natuurlijk gedeeld met de industriële leveranciers en maken het mogelijk om te voldoen aan de fundamentele doelstellingen van het Marshallplan.


Atelier de l’Avenir, Industriële bouw van evolutieve, duurzame en zuinige huizen

 

Als onderneming met sociaal doel, wil het Atelier de l’Avenir tewerkstelling creëren voor gehandicapten, hoofdzakelijk doven en slechthorenden. Haar bedrijfssectoren zijn het maken van evolutieve gebouwen met een zeer sterk houten geraamte (CIMEDE), het bouwen van geprefabriceerde evolutieve schoolmodules van hout (ECOMOD) en het fabriceren van muren, wanden, vloeren en daken met een houten geraamte.

Het innoverende karakter van het CIMEDE-bouwsysteem heeft verscheiden doelstellingen, zoals het verruimen van de waaier aan mogelijkheden en prestaties, het vergroten van het in het atelier verscheidene doelstellingen van het werk, het creëren van een softwaresuite om alle stappen te beheren enz.

Sinds 2008 heeft het GreenWin-team de onderneming geholpen voor het O&O-project en bij het ontwikkelen van markten voor de onderneming. Steeds met de steun van GreenWin en van het Marshallplan heeft het Atelier de l’Avenir zijn nieuw onderzoeksproject CIMEDE 2 kunnen opzetten, dat vooral bedoeld is om het evolutieve karakter van CIMEDE te verbeteren, meer bepaald om de totale omvang van een woning te kunnen wijzigen door die af te stemmen op de behoeften van het gezin. Een tweede doelstelling is het aanpassen van het systeem om het te doen beantwoorden aan de speciale behoeften van wooncentra voor gehandicapten, rusthuizen, schoolgebouwen en kinderdagverblijven.

In 2013 werd het CIMEDE-project echt concreet bij de opstart van een eerste verwezenlijking: namelijk de kantoren van de firma zelf. Daarop volgden er andere, zoals het wooncentrum “L’Arche” in Aywaille. Het is trouwens als specialist voor het prefabriceren van houten elementen dat de onderneming door de BESIX Groep – die ook lid is van de GreenWin-pool – in 2015 werd gekozen om mee te werken aan de uitvoering van het Belgisch paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Milaan. De door de pool gevoerde communicatiecampagne levert de onderneming nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden op in het buitenland.

 


WOW, op de innovatiegolf

 

Zelfs als uw zwembad er niet van voorzien is, dan hebt u zeker toch al horen spreken over die grote bol vol elektronica en mechanica, die door zijn op‑ en neergaande bewegingen mooie regelmatige golven maakt. Dankzij die geoctrooieerde bol kon Joël Demarteau, de uitvinder ervan, in 1983 de WOW Company oprichten (WOW voor “Waves on Will” of “golven naar wens”). Een firma die dankzij een oordeelkundige strategie – niet op haar lauweren rust, maar wel de behoeften van de markt goed volgt – haar faam op verscheidene gebieden kon vestigen en haar toekomst verzekeren. Vandaag is de firma in handen van Jean Demarteau, de zoon van Joël, ingenieur elektronica. WOW Technology is een Belgische firma die 90 personen tewerkstelt, gevestigd is in de bedrijvenzone van Naninne (Namen) en zich gespecialiseerd heeft in het ontwerpen en fabriceren van automatische machines en uitrustingen op maat, voor uiteenlopende sectoren zoals de voedings‑ en de geneesmiddelennijverheid, biotechnologie, automobielindustrie, luchtvaart, energie...

In 1995 heeft de firma voor de eerste keer haar koers gewijzigd door in te gaan op een uitnodiging van SABCA (Société anonyme belge de constructions aéronautiques), die de trillingen wou meten van de hydraulische olie die in de tank van de boosters van de draagraket Ariane 5 wordt meegevoerd. Om onze berekeningen door een experiment te bekrachtigen, bouwden we zelfs een model op ware grote om het opstijgen van de raket na te bootsen”, benadrukt Jean Demarteau. Dankzij de met de golvenbol verworven deskundigheid werd de uitdaging met succes aangegaan en ging voor WOW de ene na de andere deur van de industriële engineeringsector open. “Het principe is hetzelfde voor eender welke sector. Onze ingenieurs vertrekken van een wit blad om een mechatronische machine te ontwerpen (een combinatie van mechanica, elektronica, automatisme en informatica) die de door de klant gevraagde functie kan uitvoeren. Het kan gaan om een kleine laboratoriummachine of om een reeks robots die onderdelen van het ene naar het andere punt moeten brengen.” En de directeur haalt een voorbeeld uit de voedingsindustrie aan. “WOW heeft een robot gemaakt die, op basis van door camera’s opgenomen beelden, de beste truffels kan vinden die in bulk op een transportband aankomen, ze er voorzichtig uit kan halen en ze tegelijk heel snel en heel netjes in verpakkingen kan leggen.

Een verluchtingssysteem in partnerschap met Greencom

WOW Technology is gespecialiseerd in robotisering en automatisering en dankt zijn succes aan ingenieursteams die voortdurend op zoek zijn naar innoverende, eenvoudige en doelmatige oplossingen. De voortdurend creatieve firma stelt geregeld projecten voor aan BioWin, GreenWin en MecaTech. Zo heeft deze laatste pool het project Green+ omkaderd, dat was voorgesteld door Greencom Development – een firma uit Ans, die van milieuvriendelijke en zuinige verluchting van gebouwen een van haar voornaamste doelstellingen heeft gemaakt – en waarmee WOW Technology banden heeft. Door hun respectievelijke knowhow te combineren, hebben beide partners gedecentraliseerde luchtaan‑ en ‑afvoereenheden bedacht, die in muren kunnen worden ingebouwd en die onder de merknaam Airria worden gecommercialiseerd.

Dankzij haar deskundigheid op veel domeinen heeft de Naamse firma haar markt tot over onze grenzen kunnen uitbreiden. “Voor de geneesmiddelenindustrie, meer bepaald voor het behandelen van voorgevulde vaccins, werken wij veel met Frankrijk”, legt Jean Demarteau uit. “Onze kracht schuilt in het feit dat wij Duitse kwaliteit kunnen aanbieden tegen Italiaanse prijzen!


Cerhum, keramiek die tot op het bot gaat

 

Innovatie is dikwijls het resultaat van een gelukkig huwelijk. Twee producten of technieken samenbrengen om van de voordelen van beide te kunnen profiteren. Cerhum bewijst dat door nieuwe perspectieven te openen op het gebied van botreconstructie. Een ronduit spectaculaire toekomst.

Cerhum is een Luikse firma die in 2015 werd opgericht door een biomedisch ingenieur, Grégory Nolens. Het bedrijf kon zich van zijn concurrenten onderscheiden door de productie van keramische implantaten die in 3D worden geprint. “Die techniek bestaat al ongeveer 25 jaar,” legt de verantwoordelijke uit, “maar hij diende toen voor het snel aanmaken van prototypes, waarna de stukken zelf volgens andere methodes werden vervaardigd. Tegenwoordig hebben de materialen ongeveer dezelfde kwaliteiten als de traditionele technieken. 3D-printen biedt het voordeel dat eenvoudige stukken goedkoper en sneller kunnen worden gemaakt. Anders dan bij gespaande structuren kan het gewicht worden verminderd door enkel materiaal toe te voegen waar dat echt nodig is. Bovendien kan men de productie in één keer doen, zodat er later geen complexe voorwerpen meer hoeven te worden geassembleerd.

En waarom liever technische keramiek dan metaal of polymeer? “Omdat dit materiaal veel voordelen biedt. Het wordt door het menselijk lichaam herkend als bot, terwijl metaal of plastic als vreemde lichamen worden beschouwd. De botcellen zullen het implantaat dus vlugger kunnen koloniseren. Keramiek heeft ook kwaliteiten op het gebied van botregeneratie. Ze is bestand tegen wrijving, corrosie en samendrukking…

Hoewel Cerhum vooral op de medische sector mikt, richt de jonge firma, die op de campus van Sart-Tilman gevestigd is, zich ook tot de industrie via sectoren zoals lucht‑ en ruimtevaart, elektronica, auto’s en... luxeproducten (juwelen, horloges). De calciumfosfaatpoeders die gebruikt worden voor het maken van medische keramiek, worden dan vervangen door aluminiumoxide, dat een uitstekende thermische isolatie vormt, of door zirkoniumoxide, dat heel sterk is en een lange levensduur heeft. “Wij werken met het Ruimtecentrum van Luik aan de ontwikkeling van stukken zoals spiegelsteunen die in satellieten worden geplaatst en bestand moeten zijn tegen grote temperatuurschommelingen,” legt de stichter uit. “In tegenstelling tot metaal zet keramiek weinig of niet uit.

Voortdurend innoveren

Grégory Nolens heeft gewerkt bij Sirris, dat nieuwe technologieën zoekt voor de Belgische industrie. Met Cerhum doet hij een ontwikkeling van een tiental jaar door het onderzoekscentrum tot zijn recht komen. Maar innovatie gaat nooit samen met rust: in partnerschap met Wishbone, een andere Luikse firma die in de biomedische sector is gespecialiseerd, heeft Cerhum zopas bij de BioWin-pool een project voor tandartsenij gelabeld. “Soms kan er geen stift of kroon bij een patiënt worden geplaatst omdat het bot van de kaak onvoldoende gestructureerd is. Het project wil nieuwe keramieken ontwerpen, die dat gebrek kunnen verhelpen.

En Grégory Nolens besluit: “Via partnerschappen en onderzoeksprogramma’s willen wij nieuwe en innoverende producten maken. De markt voor de additieve (3D-)productie begint pas open te gaan. Cerhum heeft al een klantenkring opgebouwd in Frankrijk. Dankzij een partnerschap met het AWEX (Waals agentschap voor export en buitenlandse investeringen), hebben we veelbelovende contacten met Europese landen en met het Amerikaanse continent. Maar we willen andere horizonten verkennen, zoals het Midden-Oosten…

 

Your opinion counts